Test je kennis
Het antwoord van de kennisvraag is: antwoord B: Nieuwe Parvovirus variant
Meldingen van afwijkingen bij jonge biggen
Sinds eind 2024 worden er door dierenartsen bij de Gezondheidsdienst voor Dieren meldingen gemaakt van opvallende afwijkingen bij jonge biggen: bolle ogen, een afwijkende oogstand, een rode, kale en rimpelige huid.
De meldingen kwamen in het begin vooral uit het oosten en zuiden van Nederland. Ook binnen ons praktijkgebied wordt het ziektebeeld waargenomen en gemeld bij de GD.
De afwijkingen zijn het duidelijkste te zien bij gespeende biggen, maar het beeld wordt ook in de kraamstal al wel waargenomen.
Gevolgen voor de dieren
De afwijkingen zijn niet dodelijk en ze verdwijnen vaak na verloop van tijd. Het maakt de biggen echter wel kwetsbaar.
Ze lijken gevoeliger te zijn voor andere infecties zoals bijvoorbeeld smeerwrang. Er kan een groeivertraging optreden waardoor de uniformiteit vermindert.
Bij oudere varkens kan een kortdurende, verminderde voeropname gezien worden.
Het verschil per bedrijf is groot. Er zijn bedrijven waar slechts enkele afwijkende biggen gezien worden en bedrijven waar het beeld overduidelijk aanwezig is bij een groter gedeelte van de biggen en ook meer secundaire gezondheidsproblemen lijkt te geven.
Onderzoek door de GD
De GD startte enkele maanden geleden een uitgebreid epidemiologisch, pathologisch en microbiologisch onderzoek.
Het is nog steeds niet duidelijk hoe bedrijven besmet zijn geraakt. Ook de manier waarop de ziekteverschijnselen na besmetting precies ontstaan, de pathogenese, is nog onbekend.
Het zou kunnen dat co-infecties een rol spelen, dat wil zeggen dat het virus vooral in aanwezigheid van andere aandoeningen de symptomen laat zien.
Het virus is aangetoond in diverse weefsels (oog, hersenen, lever, nier).
Over het virus
De gevonden parvovariant lijkt op een virus dat in 2012 bij vossen werd aangetroffen, maar bevat enkele mutaties. Het bleek niet hetzelfde virus te zijn. Vandaar dat het ook wel Fox-related parvo virus genoemd wordt.
Er is veel oud, bewaard materiaal (bijvoorbeeld stukjes weefsel) bij de GD onderzocht. Hierin werd het virus steeds niet aangetoond waardoor voorzichtig de conclusie getrokken kon worden dat het om een geheel nieuw virus ging.
Het virus lijkt op het bekende porcine parvovirus type 1 (PPV1), maar genetisch gezien zijn er ook verschillen. Door de genetische afstand tussen de nieuwe parvo variant en het bekende parvo virus PPV1 is het niet waarschijnlijk dat de gebruikelijke parvo vaccins, die op vrijwel elk bedrijf gebruikt worden voor gelten en zeugen, bescherming bieden tegen deze nieuwe variant.
Aanpak en vervolgstappen
Ook over de aanpak bestaan nog veel vragen. Parvo virussen zijn hardnekkig te bestrijden maar zoals voor alle infectieuze aandoeningen geldt: door hygiënisch werken en een goede biosecurity wordt het snelste grip gekregen op het terugdringen van de verspreiding van besmettelijke ziekten.
GD werkt samen met het ministerie van LVVN en POV aan vervolgonderzoek.
Er wordt gewerkt aan diagnostische tests voor praktijktoepassing.
De dierenartsen van de Varkenspraktijk worden actief betrokken bij het onderzoek. Zo wordt er bijvoorbeeld op ons verzoek sectiemateriaal onderzocht om te kunnen achterhalen welke schade het virus mogelijk nog meer zou kunnen veroorzaken.
Vragen?
Mocht je vragen hebben over dit virus of over de rol de nieuwe parvo variant mogelijk kan spelen op je bedrijf?
Je begeleidend dierenarts zal je van de actuele ontwikkelingen op de hoogte houden en indien nodig, zorg dragen voor een bedrijfsspecifiek onderzoek en een passend gezondheidsadvies.

