Hier vind je alle vragen én antwoorden uit onze eerdere nieuwsbrieven.

Elke maand plaatsen we in onze nieuwsbrief een kennisvraag om jouw vakkennis te testen of om een interessant onderwerp extra onder de aandacht te brengen.

Op deze pagina hebben we alle quizvragen overzichtelijk verzameld, inclusief de juiste antwoorden. Scroll rustig door de verschillende maanden, open het antwoord in het accordeonblok en ontdek wat je nog wist — of wat je misschien verraste. Leuk én leerzaam!

Veel plezier met het (her)ontdekken van alle quizvragen!

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beelden tegen. Weet u waar we bij de onderstaande foto mee te maken

 hebben?

A) Bloedvergiftiging
B) Vlekziekte
C) Allergische reactie


Vlekziekte komen we in de praktijk zo af en toe tegen bij zeugen, biggen of vleesvarkens. De bacterie die vlekziekte veroorzaakt (Erysipelothrix rhusiopathiae)

komt doorgaans in de omgeving en bij vrijwel alle diersoorten voor. Als varkens ziek worden door vlekziekte zien we vaak acuut zieke dieren, met hoge koorts. Hiernaast vallen verheven baksteenvormige vlekken op. Deze zijn de ene keer duidelijker zichtbaar dan de andere keer. Behandeling met eerste keus penicilline geeft vaak snelle verbetering. Niet behandelen kan de dood tot gevolg hebben.

Mensen kunnen ook ziek worden van vlekziekte; het betreft dus een zoönose. Het staat ook wel bekend als visroos. De infectie komt meestal via de huid of mond binnen. Een wondje kan na 1 à 2 dagen beginnen te jeuken of een branderig gevoel geven, gevolgd door zwelling en een blauwrode kleur.
De ziekte verloopt vaak goedaardig, maar kan ernstige gevolgen hebben. Overleg bij twijfel altijd met uw huisarts.

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beelden tegen. Weet u waar we bij de onderstaande foto mee te maken hebben?

A) White spots
B) Calciumneerslag
C) Bloedvergiftiging


Op de foto is een lever te zien met WHITE SPOTS. Deze zijn het gevolg van een infectie met spoelwormen (Ascaris suum). Wormeieren worden door het varken via de bek opgenomen en komen in de darm terecht. De larven die uit hun eitje komen starten een trektocht via de lever naar de longen en de luchtpijp. Vervolgens worden de larven opgehoest en weer doorgeslikt. In de darm wordt de larve volwassen en kan vervolgens eitjes produceren.

In de lever zorgt deze trektocht voor de witte plekjes, ofwel white spots, welke na enkele weken weer herstellen. Het zien van deze beschadigingen aan de slachtlijn zegt dus alleen iets over recente infecties. Ook in de longen kan de trektocht voor schade zorgen, waardoor vervolgens het risico op longontsteking door bacteriën en virussen verhoogd is.

Er zijn een aantal zaken belangrijk bij de preventie van spoelworminfecties. Grofweg in te delen in ontworming en hygiëne:

Ontworming: Om de cyclus van de worm te doorbreken moet de ontworming iedere vijf weken herhaald worden. De achtergrond hiervan is dat de cyclus ongeveer zes weken duurt. De zeug vormt een besmettingsbron voor de biggen in het kraamhok. Daarom is het ook van belang om zeugen consequent te ontwormen ongeveer één week voor werpen of door middel van bedrijfsontworming 3x per jaar. Wanneer er echter daadwerkelijk wormen gezien worden, geldt ook voor zeugen het advies ze langere tijd iedere 5 weken te ontwormen.
Hygiëne: Wormeieren zijn erg resistent in de omgeving, waardoor het niet lukt om de stal vrij te krijgen van eitjes. Een goede reiniging draagt bij aan een daling van de infectiedruk, zodat de schade beperkt blijft. Het wassen van zeugen met zeep voor het ingaan van de kraamstal draagt hier ook aan bij.

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beelden tegen. Weet u waar we bij de onderstaande foto mee te maken hebben?

A) Allergische reactie
B) Afrikaanse varkenspest
C) Bloedvergiftiging


In de afgelopen nieuwbrieven kon op basis van het beeld met vrij grote zekerheid een diagnose gesteld worden. Zo kenmerkte vlekziekte zich door de typische ruitvormige vlekken. En witte vlekken (white spots) op de lever geven toch wel sterk het vermoeden dat er een worminfectie gaande is.

Echter, soms kan op basis van het beeld niet direct de diagnose gesteld worden. Zo pasten eigenlijk alle gegeven antwoorden bij de geplaatste foto. Bij een dier met dergelijke vlekken kan sprake zijn van een allergische reactie. Maar ook bloedvergiftiging kan dit beeld veroorzaken en ook (Afrikaanse) Varkenspest is zeker niet uit te sluiten. Al deze mogelijke diagnoses noemen we de differentiaal diagnose, ofwel Ddx. En die is in geval van nevenstaande foto nog vele malen langer. Denk bijvoorbeeld ook eens aan PDNS (Porcine Dermatits Nefritis Syndroom, waarbij het Circovirus een rol speelt), acute Salmonellose, of een huidaantasting ten gevolge van Staphylococcus hyicus.

Kortom; soms is verder onderzoek noodzakelijk om bepaalde diagnoses vast te stellen danwel uit te sluiten. Dé reden om bij geen direct duidelijke diagnose middels bloedmonstername óók (Afrikaanse) Varkenspest uit te sluiten. Better safe than sorry!

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beelden tegen. Weet u waar we bij de onderstaande foto mee te maken hebben?

A) Smeerwrang
B) Pityriasis Rosea
C) Varkenspokken


In bijgaande foto hebben we te maken met Pityriasis rosea, ofwel (een vorm van) dermatitis. Een huidaandoening bij varkens én een interessante om eens de revue te laten passeren, daar deze aandoening in het veld met regelmaat uitgescholden wordt voor smeerwrang.

Pityriasis rosea komt sporadisch voor en de oorsprong is onbekend. Soms is een hele toom aangetast, een andere keer slechts één dier binnen de toom. Meestal zien we het bij dieren tussen de 3 en 14 weken leeftijd, maar soms ook bij jongere of oudere dieren. Het heeft niets van doen met de humane Pyteriasis rosea, ofwel zesde ziekte, wat veroorzaakt wordt door een herpesvirus. Daarmee betreft het dus geen zoönose.

Opvallend en vrij typisch is de “landkaarttekening”, wat bestaat uit allemaal kleine letsels, met rode rand omzoomd. Deze komen meestal voor op de rug, nek en benen van het dier. Vaak is het dier amper tot niet ziek én vindt herstel spontaan plaats binnen 4 tot 8 weken. Behandeling is daarom meestal niet noodzakelijk. Let wel; goede hygiëne is van belang, om de kans op secundaire (huid)infecties te voorkomen.

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beelden tegen. Weet u waar we bij de onderstaande foto mee te maken hebben?

A) Hotspot
B) Vlekziekte
C) Ringworm


Op het betreffende bedrijf vertoonden zowel de veehouder als meerdere zeugen laesies, zoals weergegeven op bijgaande foto. Hoewel de definitieve diagnose niet gesteld is, bestaat er een sterk vermoeden dat we hier van doen hebben met ringworm. Daar ringworm de meest voorkomende, niet via voedsel overdraagbare zoönose betreft, is het zeker een interessante om eens nader toe te lichten.

Ringworm is een aandoening die door schimmels wordt veroorzaakt en dus zowel bij mens als dier voor kan komen. Ondanks dat het soms ook onterecht de naam ringschurft krijgt toebedeeld, heeft de aandoening niets met wormen of mijten te maken. Ringworm komt wereldwijd voor.

De schimmel dringt de bovenste lagen van de huid binnen en begint daar te groeien en sporen te vormen. Met deze sporen kan de schimmel zich vermeerderen en verspreiden. Vooral een natte, enigszins verweekte of beschadigde huid is gevoelig voor de schimmelsporen. Na binnendringen duurt het gemiddeld 2 tot 3 weken voordat verschijnselen worden waargenomen. De ringwormplekken kenmerken zich door rode, ronde, steeds groter wordende ringen op de huid. Hierbij is de rand van de ring vaak iets gezwollen, rood, soms met schilfertjes of kleine pukkeltjes. Meestal doet de plek geen pijn, maar kan wel jeuken. De plekken kunnen op alle delen van het lichaam voorkomen en gaan vaak vanzelf weer weg, al kan dit vrij lang duren. Bij dieren hebben vooral jonge dieren last van ringworm, maar veel dieren kunnen de schimmel bij zich hebben zonder verschijnselen.

Om een schimmelinfectie te voorkomen is vooral hygiëne van groot belang. Dat wil zeggen; handen wassen na het aanraken van een dier en geïnfecteerde mensen en dieren direct behandelen, om te voorkomen dat dragers overblijven en anderen besmet worden.

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beelden tegen. Weet u waar we bij de onderstaande foto mee te maken hebben?

A) Schurft
B) Smeerwrang
C) Luis


Schurft is een huidaandoening, die onder andere bij het varken voorkomt. Het wordt veroorzaakt door een mijt (Sarcoptes scabei varietas suis). Deze mijt graaft gangen in de huid, waar het eitjes legt. Het leeft van huidmateriaal. Bij een acute besmetting ontstaan rode pukkeltjes. Bij herhaald contact ontstaat een overgevoeligheidsreactie, wat zich uit in chronische schurft. Hierbij ontstaan korsten, meestal op de kop (rond de ogen, neus of oren) en de achterpoten. Dit gaat gepaard met flinke jeuk; men ziet onrustige dieren die met regelmaat schuren aan onder andere muur en hokinrichting. Bij hevige besmettingen heeft het effect op de voederconversie en prestaties van het dier. Zo liggen zeugen met schurft gemiddeld meer biggen dood.

Binnen het bedrijf kunnen mijten overgedragen worden door onderling contact of contact via besmette kleding de veehouder/dierverzorger. Maar de mijt kan ook buiten het varken overleven onder gunstige omstandigheden. Hierdoor ook besmetting tussen bedrijven mogelijk, bijvoorbeeld door besmette transportmiddelen.

Het aantal huidontstekingen aan de slachtlijn kunnen een indicatie geven van een schurftbesmetting. De daadwerkelijke diagnose kan gesteld worden door aantonen van de mijt onder een microscoop, na het nemen van een huidafkrabsel. Ook bloedonderzoek is mogelijk, waarbij afweerstoffen tegen de mijt aangetoond kunnen worden tussen de twee tot vier maanden na de besmetting.

Er zijn meerdere ontschurftingsmiddelen op de markt, waarbij men rekening dient te houden met het feit dat deze wel de mijt doden, maar niet de eieren. Hierdoor kan herbesmetting plaatsvinden, wat maakt dat meerdere behandelingen om de 7 tot 14 dagen noodzakelijk zijn.

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beelden tegen. Weet u waar we bij de onderstaande foto mee te maken hebben?

A) Kreupele big
B) PRRS
C) Streptokokken


Alhoewel paars verkleurde oren óók bij PRRS zou kunnen passen, geeft het beeld van deze big een sterk vermoeden van hersenvliesontsteking. Het niet op kunnen, fietsende bewegingen van de ledematen en trekken met de kop past erg bij de gevolgen van een streptokokkeninfectie.

Streptokokken behoren tot de meest voorkomende bacteriën bij varkens. Ze komen als commensaal voor in de voorste luchtwegen, darmkanaal en het geslachtsapparaat, wat wil zeggen dat varkens zich bij ze dragen zonder ziekteverschijnselen. Er zijn vele soorten bekend, maar Streptococcus suis is wel één van de belangrijkste. Deze variant kan weer onderverdeeld worden in verschillende typen, welke gelukkig niet allemaal even kwaadaardig zijn. Van deze 35 verschillende typen klinken onder andere type 2 en type 9 ons vaak wel bekend in de oren. Streptococcus suis is een zoönose en daarmee dus ook voor de mens van belang.

Of een Streptokok ziekte veroorzaakt is dus afhankelijk van de kwaadaardigheid, maar ook van bijvoorbeeld introductie van een nieuw type op het bedrijf (via aanvoer van andere dieren), een verminderde afweer of ziekte, stress (denk aan verplaatsen van biggen, vechten en overbezetting) en een suboptimale leefomgeving (ruwe vloeren, slecht klimaat, etc.). Overdracht van Streptokokken gebeurt bij de geboorte, door neus-neus contact of door contact met andere dieren zoals vliegen, muizen, honden, katten vogels en de mens.

Streptokokken veroorzaken niet alleen hersenvliesontstekingen. Ook in andere organen kunnen ze problemen geven; denk aan verschillende soorten ontstekingen zoals gewrichtsontsteking, hartklepontsteking en longontsteking. Bloedvergiftiging en abortus zijn tevens verschijnselen veroorzaakt door Streptokokken. De schade door Streptokokken is groot; 3 tot 5 procent van de dieren vertoont ziekteverschijnselen. Aantonen gebeurt door middel van kweken van de bacterie na monstername bij sectie.

Over het algemeen is de bacterie goed te behandelen met behulp van antibiotica, waarbij snel ingrijpen de kans op genezing vergroot. Voorkomen is echter beter dan genezen. Over het algemeen is een goede hygiëne hierbij van groot belang; denk bijvoorbeeld aan strikte all-in, all-out en goede reinigings- en desinfectieprocedures voor zowel mens als omgeving. Indien dit onvoldoende resultaat geeft, is inzet van een bedrijfsspecifieke vaccinatie ook nog een optie. In de nieuwsbrief van Februari 2023 vindt u meer informatie over de bereiding van deze autovaccins.

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beelden tegen. Weet u waar we bij de onderstaande foto mee te maken hebben?

A) Verwerpen
B) Parvo
C) Mummies


Hoewel mummies door meerdere oorzaken kunnen ontstaan is het beeld op deze foto typisch voor een infectie met het Parvovirus: mummies van verschillende grootte. Het Parvovirus verspreidt zich langzaam door de vruchten in de baarmoeder, waardoor de vruchten op verschillende drachtstadia afsterven.

Een infectie in de vroege dracht geeft kleine tomen: de afgestorven vruchten worden geabsorbeerd door de baarmoeder. Infectie na 5 weken dracht geeft mummies en als de infectie kort voor werpen plaatsvindt zal dit resulteren in doodgeboren biggen.
Het Parvovirus veroorzaakt zelden terugkomers of verwerpers. Meestal worden de tomen à terme of eerder iets te laat geboren.

Het Parvovirus is een klein virus dat onder andere voorkomt in mest. Het virus is op vrijwel alle varkensbedrijven aanwezig. En op vrijwel alle zeugenbedrijven wordt gevaccineerd tegen Parvo. Zeugen die niet gevaccineerd worden, lopen het risico op mummies na besmetting met het Parvovirus.

Het beeld op de foto is vrij zeldzaam geworden op varkensbedrijven, vanwege de hoge vaccinatiegraad. Mocht u dit beeld toch regelmatig zien, dan is het goed om te controleren of op de juiste momenten gevaccineerd wordt tegen het Parvovirus.
Ook andere infecties tijdens de dracht kunnen mummies geven, waaronder PRRS.

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beelden tegen. Weet u waar we bij de onderstaande foto mee te maken hebben?

A. Te lange staart
B. Hermafrodiet
C. Huidbeschadigingen


Kween of hermafrodiet

Een kween is een onvruchtbaar vrouwelijk dier met zowel vrouwelijke als mannelijke geslachtskenmerken. Het wordt ook wel een hermafrodiet genoemd. Iedere kween is genetisch een vrouwelijk dier, waarbij in meer of mindere mate geslachtskenmerken van mannelijke dieren aanwezig zijn.

Deze afwijkingen ontstaan tijdens de ontwikkeling in de baarmoeder. De verandering kan veroorzaakt worden tijdens een meerlingendracht, waarbij beide geslachten aanwezig zijn. De hormonen van beide embryo’s kunnen via het bloed het andere embryo bereiken. De geslachtshormonen afkomstig van het mannelijk embryo overheersen dan de hormonen van het vrouwelijke embryo. De vrouwelijke geslachtskenmerken blijven onderontwikkeld en de mannelijke geslachtskenmerken ontwikkelen zich onvolledig

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beelden tegen. Weet u waar we bij de onderstaande foto mee te maken hebben?

A. Allergische reactie
B. Bloedoor
C. Callus


De blauw/paars verkleuring aan de buitenzijde van het oor wijst op een bloedoor. In theorie zou deze verdikking ook een abces kunnen zijn of een holte gevuld met vocht.

In het oor bevindt zich kraakbeen dat bedekt is met een laagje bindweefsel. Dat laagje bindweefsel bevat ook bloedvaten. Als er trauma optreedt kan het bindweefsel loslaten van het kraakbeen en de holte die dan ontstaat raakt gevuld met bloed (zie afbeelding onder de tekst).

Er zijn meerdere manieren waarop dit trauma kan ontstaan. Een veel voorkomende oorzaak is het vechten van biggen. Een andere vorm van trauma is het inbrengen van een oormerk, relatief wordt een bloedoor vaker gezien bij het oor met een oormerk. Vergeet ook niet het trauma dat optreedt als biggen aan de oren opgepakt worden.

Wanneer je een big hebt met een bloedoor is het advies om hier niets aan te doen. Bij het insnijden van het oor bestaat er de kans dat de big verbloedt. Daarnaast creëer je daarmee een opening voor bacteriën. Zonder ingrijpen zal de huid binnen enkele weken verschrompelen.

De preventie ligt bij het voorkomen van trauma. Uiteraard dienen biggen niet opgepakt te worden aan de oren. Verder kan het vechtgedrag beperkt worden door tomen zoveel mogelijk bij elkaar te houden met spenen. Voldoende eet- en drinkplaatsen zijn belangrijk om concurrentiegedrag voor eten en drinken te voorkomen.

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beelden tegen. Weet u waar we bij de onderstaande foto mee te maken hebben?

A) Smeerwrang
B) Genetica
C) Schurft


Het beeld op de foto is een vrij duidelijk geval van Smeerwrang. Deze huidziekte komt vaak voor bij jonge(re) dieren en wordt veroorzaakt door de bacterie Staphylococcus hyicus; een normale bewoner van de huid en aanwezig op het gros van de varkensbedrijven. Collega varkensarts Patricia van Ginderen schreef er recent een column over, waarbij ze inging op de ontstaanswijze, de beste methode van behandelen én toelichtte waarom een juiste diagnose van belang is.

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beelden tegen. Weet u waar we bij de onderstaande foto mee te maken hebben?

A. Braken
B. Coccidiose
C. Vetdiarree


Diarree bij biggen is een toch wel veel voorkomend fenomeen. Op het eerste zicht kunnen we een vermoeden van een veroorzaker uitspreken, maar voorop staat dat het doen van onderzoek voornaam is voor een juiste diagnose én behandelplan.

Middels deze Test je kennis! willen we het onderwerp Coccidiose de revue laten passeren. Coccidiose bij zogende biggen wordt veroorzaakt door een kleine parasiet, Cystoisospora suis genaamd. Deze parasiet leeft en vermenigvuldigt in de dunne darm, wat schade aan het darmslijmvlies geeft. Deze schade zorgt ervoor dat de darm niet meer optimaal kan werken, met diarree tot gevolg.

Het vermenigvuldigen zorgt voor van zogenaamde oöcysten (eitjes), welke worden uitgescheiden in de mest van het besmette dier. Hierdoor kunnen andere dieren besmet worden. Biggen worden vaak in de eerste levensweek besmet door opname van de oöcysten vanuit de omgeving. Met de tijd ontwikkelen biggen over het algemeen weerstand, waardoor we klinische symptomen zoals diarree enkel bij jonge biggen waarnemen. Dit zien we meestal tussen de 7 en 11 dagen leeftijd in de vorm van gele tot grijze pasteuze mest. De biggen vormen een ruw haarkleed, zijn ten gevolge van de diarree uitgedroogd en hebben een vertraagde groei. Daarnaast kun je je voorstellen dat dieren met een beschadigde darm gevoeliger zijn voor andere bacteriën en virussen.

Middels laboratoriumonderzoek naar oöcysten is het mogelijk een vermoeden van een coccidiosebesmetting te bevestigen. Hierbij is het goed te beseffen dat het soms moeilijk is de oöcysten aan te tonen; de uitscheiding begint al 1 á 2 dagen voor het optreden van diarree. Vandaar dat wordt aangeraden een mengmonster te nemen en hierbij eenzelfde toom meermaals te bemonsteren (tweemaal met een week tussentijd).

Oöcysten zijn erg resistent, waardoor het moeilijk is ze geheel uit de omgeving te doen laten verdwijnen. Een goede reiniging van (kraam)hokken kan er wel voor zorgen dat dieren met minder oöcysten in aanraking komen. Dit is één van de redenen dat veel varkensbedrijven preventief dieren behandelen met een anti-coccidiosemiddel.

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beelden tegen. Weet u waar we bij de onderstaande foto mee te maken hebben?

A) Hormonale kaalheid
B) Schurft
C) Verharen


Een kale huid kan verschillende oorzaken hebben. De genoemde antwoorden kunnen allen juist zijn én voorkomen bij bedrijfsmatig gehouden varkens. Al is hormonale kaalheid een minder gezien fenomeen en verwacht je bij schurft ook een onrustige huid met jeuk, verharen is wel degelijk iets wat zo nu en dan gezien danwel gemist wordt.

Seizoensinvloeden kunnen zijn weerslag hebben op de prestaties in de stal, waarbij ‘najaarsverwerpen’ een bekend fenomeen is. Echter zijn er ook invloeden op andere momenten van het jaar, welke de behoefte van het varken kunnen aanpassen. Het verharen van varkens komt voor in de maanden voor en na de warme periode (voor- en najaar), aangezien bij dit natuurlijke proces het oude haarkleed plaatsmaakt voor de zomer- danwel wintervacht. Hierdoor kan het hoogproductieve dier behoefte hebben aan meer energie, vitaminen en/of mineralen, daar ook dit proces energie vraagt. Indien onvoldoende voldaan wordt in deze behoeften, kan het voorkomen dat dat zich uit in minder vitale dieren. Goed om in deze periode ook aan het fenomeen ‘verharen’ aandacht te besteden!

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beelden tegen. Weet u waar we bij de onderstaande foto mee te maken hebben?

A) Tumoren
B) Ontstekingen
C) Allergische reactie


Regelmatig kunnen we bij allerlei merkwaardigheden een (waarschijnlijkheids)diagnose stellen. Dit is een voorbeeld waarbij ook wij geen duidelijk idee hadden. Fijn dat onder andere de Gezondheidsdienst voor Dieren de mogelijkheid biedt om sectie uit te laten voeren. Deze big is dan ook door een patholoog beoordeeld.

De bulten, alias ‘spekkige haarden’, zitten in de huid en in de spieren. Daarin zijn tumorcellen aanwezig. Het is echter, ook voor de patholoog, niet duidelijk waar de oorsprong van deze tumoren ligt. Gelukkig betrof het een uitzonderingsgeval op het bedrijf.

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beelden tegen. Weet u waar we bij de onderstaande foto mee te maken hebben?

A) Spoelwormen
B) Uitscheiding uraten
C) Lintwormen


De spoelworm die bij het varken voorkomt is goed te bestrijden met de juiste ontwormstrategieën. Niet onbelangrijk, daar het een zoönose betreft. Dit betekent dat de mens met de wormeieren van het varken besmet kan raken. Ontworming kan per injectie plaatsvinden, maar veelal wordt gebruik gemaakt van de oraal toepasbare middelen, daar dit tegen meerdere stadia werkzaam is. De meeste orale middelen bevatten Flubendazol of Fenbendazol. Bij beiden kan een dosering van 5 mg per kg dier aangehouden worden.
De cyclus van de worm duurt zes weken. Om deze te onderbreken is het van belang de ontworming ruim binnen de zes weken te herhalen.

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beelden tegen. Weet u waar we bij de onderstaande foto mee te maken hebben?

A) Stress
B) Streptococcen
C) PRRS


Alhoewel paars verkleurde oren óók bij PRRS zou kunnen passen, geeft het beeld van deze big een sterk vermoeden van hersenvliesontsteking. Het niet op kunnen, fietsende bewegingen van de ledematen en trekken met de kop past erg bij de gevolgen van een streptokokkeninfectie.

Streptokokken behoren tot de meest voorkomende bacteriën bij varkens. Ze komen als commensaal voor in de voorste luchtwegen, darmkanaal en het geslachtsapparaat, wat wil zeggen dat varkens zich bij ze dragen zonder ziekteverschijnselen. Er zijn vele soorten bekend, maar Streptococcus suis is wel één van de belangrijkste. Deze variant kan weer onderverdeeld worden in verschillende typen, welke gelukkig niet allemaal even kwaadaardig zijn. Van deze 35 verschillende typen klinken onder andere type 2 en type 9 ons vaak wel bekend in de oren. Streptococcus suis is een zoönose en daarmee dus ook voor de mens van belang.

Of een Streptokok ziekte veroorzaakt is dus afhankelijk van de kwaadaardigheid, maar ook van bijvoorbeeld introductie van een nieuw type op het bedrijf (via aanvoer van andere dieren), een verminderde afweer of ziekte, stress (denk aan verplaatsen van biggen, vechten en overbezetting) en een suboptimale leefomgeving (ruwe vloeren, slecht klimaat, etc.). Overdracht van Streptokokken gebeurt bij de geboorte, door neus-neus contact of door contact met andere dieren zoals vliegen, muizen, honden, katten vogels en de mens.

Streptokokken veroorzaken niet alleen hersenvliesontstekingen. Ook in andere organen kunnen ze problemen geven; denk aan verschillende soorten ontstekingen zoals gewrichtsontsteking, hartklepontsteking en longontsteking. Bloedvergiftiging en abortus zijn tevens verschijnselen veroorzaakt door Streptokokken. De schade door Streptokokken is groot; 3 tot 5 procent van de dieren vertoont ziekteverschijnselen. Aantonen gebeurt door middel van kweken van de bacterie na monstername bij sectie.

Over het algemeen is de bacterie goed te behandelen met behulp van antibiotica, waarbij snel ingrijpen de kans op genezing vergroot. Voorkomen is echter beter dan genezen. Over het algemeen is een goede hygiëne hierbij van groot belang; denk bijvoorbeeld aan strikte all-in, all-out en goede reinigings- en desinfectieprocedures voor zowel mens als omgeving. Indien dit onvoldoende resultaat geeft, is inzet van een bedrijfsspecifieke vaccinatie ook nog een optie. In de nieuwsbrief van Februari 2023 vindt u meer informatie over de bereiding van deze autovaccins.

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beelden tegen. Weet u waar we bij de onderstaande foto mee te maken hebben?

A) Vergiftiging
B) Oedeemziekte
C) PRRS


Oedeem betekent zwelling en is kenmerkend voor deze E. Coli infectie bij biggen.

Er zijn verschillende types E. coli die ziekteproblemen kunnen geven bij biggen. Ze worden ingedeeld op basis van aanhechtingsfactoren en toxinen, gifstoffen die gevormd kunnen worden. E.Coli F18 en F4 zijn vaak de veroorzakers van speendiarree. waaronder de toxine producerende E. coli.

Is er sprake van E. Coli STX of VETEC (shigatoxine of verotoxine vormende E. Coli) dan wordt de E. Coli bedoelt die slingerziekte veroorzaakt bij biggen, vaak op een a 2 weken na het spenen. Deze bacteriën hechten zich aan de darmwand en produceren toxines die via de bloedbaan naar andere organen gaan, wat leidt tot schade aan bloedvaten en oedeem. Klinische verschijnselen zijn onder andere plotselinge sterfte, neurologische symptomen, en zwelling van oogleden en snuit.

Ook zwelling van de stembanden kan voorkomen. De zwelling van de stembanden is verantwoordelijk voor het typische hese geluid dat biggen met slingerziekte kunnen maken.

Subklinische infecties kunnen ook voorkomen en leiden tot verminderde groei en slechtere voederconversie.

Behandeling van zichtbaar aangetaste dieren komt meestal te laat. Daarbij is het toedienen van antibiotica aan een door oedeemziekte gevelde big niet effectief. Door de antibiotica worden weliswaar de bacteriën gedood, maar het toxine is al in een hoge dosis vrijgekomen.

Door een goede verzorging rond het spenen kunnen problemen met oedeemziekte in veel gevallen worden voorkomen. Te denken valt daarbij aan de bevordering van de voeropname in de kraamstal, zorgen voor zo min mogelijk stress rond het speenmoment, goede verzorging, een passend, uitgebalanceerd voer, een goede voeropname direct na het spenen etcetera.

Maar op sommige bedrijven blijft oedeemziekte ondanks alle genomen maatregelen toch nog een probleem. In die gevallen kan vaccinatie uitkomst bieden.

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beelden tegen. Weet u waar we bij de onderstaande foto mee te maken hebben?

A) PRRS
B) wondjes door vechten
C) bloedplaatjesziekte


Bloedplaatjesziekte wordt in de literatuur ook wel omschreven als Thrombocytopenia purpurea. De zeug maakt tijdens de dracht afweerstoffen aan tegen de bloedplaatjes van de big. Deze bloedplaatjes lijken simpel gezegd meer op die van de beer, waardoor de zeug ze als lichaamsvreemd beschouwt.

Na geboorte drinken de biggen biest, welke boordevol afweerstoffen zit. Op deze manier ontvangen de jonge biggen immers de eerste afweer. Maar de afweerstoffen in de biest gaan het gevecht aan met de bloedplaatjes van de big, waardoor er amper bloedplaatjes overblijven die functioneel kunnen zijn bij het bloedstollingsmechanisme. Het gevolg is een verhoogde bloedingsneiging: bij het minste of geringste stootje volgt een bloeding welke moeizaam stolt. En dat wordt de big uiteindelijk fataal.

Het zo snel mogelijk wisselen van de toom geeft de big zeker meer kans; de aanval op de bloedplaatjes stopt. Maar je kunt je voorstellen dat er meteen al een achterstand in aantal bloedplaatjes is. Het lichaam moet dan volop aan de gang om deze bij te maken. Voeren we in die tijd toch de standaardbehandelingen bij deze biggen uit, dan betekend dat een nóg grotere achterstand. En dus ook op latere leeftijd wederom kans op het beeld van krassen, blauwe plekjes en/of kleine bloedingen op de huid.
De cascade, die in het lichaam een rol speelt bij de bloedstolling, blijkt echter op meerdere manieren onderbroken te kunnen worden. De verschijnselen die in de praktijk als bloederziekte betiteld worden, kunnen dus ook een andere oorzaak hebben. Denk bijvoorbeeld aan een warfarine intoxicatie. Het opeten van rattengif geeft dat vitamine K weggevangen wordt. Een belangrijke in geval van de bloedstolling. En wellicht heb je al eens gehoord van de ziekte van Von Willebrand. Een erfelijke aandoening waarbij een bepaalde factor in de stollingscascade geheel afwezig is. Bekend bij mens en dier, dus aannemelijk dat het ook bij varkens voor zou kunnen komen. Maar ook bacteriële aandoeningen kunnen door het veroorzaken van bloedvergiftiging (sepsis) zorgen voor verhoogde bloedingsneiging. En al moeten we niet meteen in doemscenario’s denken; bij dieren met klassieke of Afrikaanse varkenspest is het hebben van bloedingen op de huid ook een verschijnsel.

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beelden tegen. Weet u waar we bij de bovenstaande foto mee te maken hebben?

A) Clostridium Perfingens
B) Coccidiose
C) Vetdiarree


Hoewel de andere twee opties, Clostridium perfringens en Coccidiose zeer waarschijnlijk dit beeld wel kunnen veroorzaken, zijn deze verwekkers zo klein dat ze met het blote oog niet te zien zijn. Hier is duidelijk een vettige, vaak witte of gele mest, te zien. Vetdiarree (steatorroe) wordt veroorzaakt door verstoorde vetvertering en -opname in de dunne darm. Zeugenmelk bevat veel vet en als dit niet goed wordt opgenomen in de darm, blijft er veel vet over die uiteindelijk in de mest terecht komt.

Het beeld van de foto wordt regelmatig gezien bij biggen vanaf ongeveer 2 weken leeftijd, maar de oorzaak is niet altijd gemakkelijk te vinden. Mogelijke oorzaken zijn infectieuze agentia, zoals bijvoorbeeld Clostridium perfringens type A, rotavirus en coccidiën. Na een infectie met één van deze ziekteverwekkers raakt de dunne darm beschadigt wat zorgt voor een slechtere vetvertering en -opname. Meestal wordt de meeste vetdiarree pas gezien als de infectie al voorbij is, maar de vertering en opname nog niet optimaal is. Dat maakt diagnostiek dan lastiger.

Klassiek wordt er bij vetdiarree gelijk gedacht aan Coccidiose. Dit wordt veroorzaakt door de parasiet Cystoisospora suis. Hygiëne van het kraamhok is belangrijk in de bestrijding hiervan. Preventief kunnen biggen behandeld worden met toltazuril.

Naast infectieuze oorzaken wordt vaak vetdiarree gezien bij zeugen die veel conditie verliezen in de kraamstal. Waarschijnlijk speelt de massale vetafbraak in de zeug en veranderde samenstelling van vetten in de melk daar een rol bij. Daarom is het belangrijk om te zorgen voor zo min mogelijk conditieverlies van zeugen in de kraamstal.

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beelden tegen. Wat kunnen we aflezen aan de houding van de staart van deze big?

A) Niets, de staart kan zowel in een krul zitten als slap hangen
B) De staart hangt slap, de big voelt zich niet comfortabel
C) De staart hangt slap, de big ervaart stress of pijn 


De staart hangt slap naar beneden, dit kan een teken van stress of pijn zijn, maar hoeft nog niet. Maar het varken voelt zich niet comfortabel. Alertheid is geboden!

De positie van de staart bij biggen is eigenlijk een soort gedragsthermometer: het zegt veel over hoe een big zich voelt en wat er zich in de groep afspeelt.

Waarom staartposities belangrijk zijn:

Staart tussen de benen (strak tegen het lijf). Dit is vaak een signaal van stress, angst of pijn. Deze houding is een sterke voorspeller van beginnend staartbijten. De big voelt zich ongemakkelijk en dat leidt tot ander gedrag in de groep.
Gestrekte of hangende staart: Dit kan betekenen dat het dier niet ontspannen en alert is, maar hoeft nog niet te betekenen dat het dier directe stress of pijn ervaart.
Gekrulde staart: Biggen met een krul in de staart zijn meestal comfortabel en ontspannen. Bij gekrulde staarten zie je maar weinig beschadigingen.
Door dagelijks te kijken naar de staartposities, kun je problemen zien voordat er verwondingen of bijtgedrag ontstaan. Staartgedrag geeft inzicht in de groepsdynamiek: als meerdere biggen hun staart tussen de benen houden, is dat een alarmsignaal. Hoe eerder je dan ingrijpt, bijvoorbeeld met extra hokverrijking, hoe beter je staartbijten voorkomt.

N.B.: Als een varken ligt, hangt de staart vrijwel altijd slap naar beneden, dit is een normaal beeld.

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beeldentegen. Welke ziektekiem kan deze afwijkende mest veroorzaken?

A) Salmonella typhimurium
B) Varkenspest (AVP/KVP)
C) brachyspira hyodysenteriae


Brachyspira (B.) kent verschillende soorten, waarvan B. hyodysenteriae de meest schadelijke is. Deze is ook wel bekend als vibrio. Het veroorzaakt grijze diarree met slijm, waar bloed bij kan zitten. In tegenstelling tot PIA, wat primair de dunne darm aantast, is hier sprake van een aandoening in de dikke darm. Dat is de reden dat er slijm bij de mest zit, of waardoor de mest er glimmend uit kan zien. Het bloed wat erbij kan zitten is rood en kan in slierten voorkomen. Het komt voor vanaf 4 weken leeftijd en kan dus gezien worden bij gespeende biggen, vleesvarkens/gelten, zeugen en beren.

De kiem kan aanwezig zijn zonder problemen. Door darmstress na bijv. voerverandering of verhoging van het voerniveau kan de infectie zichtbaar worden. Op dat moment vormt mest van die varkens een enorm groot risico om te verspreiden binnen een bedrijf. B. hyodysenteriae kan erg veel uitval geven. Hygiëne is heel belangrijk, zowel van menselijk handelen als de bestrijding van ongedierte. Bekend is dat muizen een half jaar lang de bacterie kunnen uitscheiden en varkens kunnen besmetten.

Salmonella
Salmonella is doorgaans subklinisch aanwezig, dus zonder dat er problemen zichtbaar zijn. Wanneer varkens ziek worden van Salmonella (typhimurium) is de diarree vaak waterig en geel. Ook hier kan bloedbijmenging voorkomen.

Varkenspest
Ook varkenspest, zowel Afrikaanse als Klassieke varkenspest kunnen diarree met bloedbijmenging veroorzaken. Dit zal waarschijnlijk gepaard gaan met minder eetlust en sloomheid, maar aangezien dat ook bij bovengenoemde voor kan komen, is het belangrijk ook altijd aan varkenspest te denken.

Bel bij twijfel altijd uw dierenarts!

In de praktijk komen we met regelmaat diergeneeskundig interessante beelden tegen. Welke ziektekiem is het meest waarschijnlijk als veroorzaker van deze huidafwijkingen?

A) Staphylococcen (smeerwrang)
B) Varkenspest (AVP/KVP)
C) Varkenspokken


Huidafwijkingen biggen

Varkenspokken is een acute, meestal milde infectieziekte die uitsluitend bij varkens voorkomt en wordt gekenmerkt door huiduitslag. Het virus is wereldwijd aanwezig maar de incidentie is over het algemeen laag. Ook in Nederland zien we de ziekte maar heel af en toe.

De ziekte treft vooral jonge biggen van drie tot zes weken oud, al kunnen alle leeftijden worden aangetast. De Gezondheidsdienst voor Dieren meldt dat de ziekte ook wel eens bij pasgeboren biggen gezien wordt.

Na een incubatietijd van ongeveer een week verschijnen kleine rode vlekken, meestal op het gezicht, de oren, de binnenkant van de poten en de buik.  Deze ontwikkelen zich tot pustels of kleine blaasjes. De pustels drogen in en vormen korsten met een verheven, ontstoken rand. Later ontstaan donkere korsten van één tot twee centimeter, die biggen een gevlekt uiterlijk geven. Omdat nieuwe huidaantastingen in opeenvolgende golven kunnen ontstaan, zijn ze vaak in verschillende stadia tegelijk zichtbaar. In de vroege fase kan de ziekte gepaard gaan met lichte koorts, verminderde eetlust en sloomheid.

Varkenspokken huidafwijkingenSterfte door ongecompliceerde varkenspokken is zeldzaam, maar als de huid te veel aangetast is ontstaan gemakkelijk secundaire infecties die de big zieker en zwakker kunnen maken.

Het virus is in grote hoeveelheden aanwezig in de huidaantastingen en wordt vooral overgedragen door vliegen en de varkensluis (Haematopinus suis). Varkens die herstellen zijn immuun, ze krijgen de infectie dan niet meer.

Er bestaat geen specifieke behandeling voor varkenspokken. De belangrijkste maatregel is het bestrijden van vliegen en luizen om de transmissiecyclus te doorbreken. Ondersteunende zorg kan helpen om biggen door de milde ziekteverschijnselen heen te helpen.

In de praktijk komen we met regelmaat diergeneeskundig interessante beelden tegen. Welke ziektekiem is het meest waarschijnlijk als veroorzaker van deze huidafwijkingen?

A) PRRS
B) Nieuwe parvo variant
C) Oedeemziekte


Meldingen van afwijkingen bij jonge biggen
Sinds eind 2024 worden er door dierenartsen bij de Gezondheidsdienst voor Dieren meldingen gemaakt van opvallende afwijkingen bij jonge biggen: bolle ogen, een afwijkende oogstand, een rode, kale en rimpelige huid.

De meldingen kwamen in het begin vooral uit het oosten en zuiden van Nederland. Ook binnen ons praktijkgebied wordt het ziektebeeld waargenomen en gemeld bij de GD.

De afwijkingen zijn het duidelijkste te zien bij gespeende biggen, maar het beeld wordt ook in de kraamstal al wel waargenomen.

Gevolgen voor de dieren
De afwijkingen zijn niet dodelijk en ze verdwijnen vaak na verloop van tijd. Het maakt de biggen echter wel kwetsbaar.

Ze lijken gevoeliger te zijn voor andere infecties zoals bijvoorbeeld smeerwrang. Er kan een groeivertraging optreden waardoor de uniformiteit vermindert.

Bij oudere varkens kan een kortdurende, verminderde voeropname gezien worden.

Het verschil per bedrijf is groot. Er zijn bedrijven waar slechts enkele afwijkende biggen gezien worden en bedrijven waar het beeld overduidelijk aanwezig is bij een groter gedeelte van de biggen en ook meer secundaire gezondheidsproblemen lijkt te geven.


Onderzoek door de GD
De GD startte enkele maanden geleden een uitgebreid epidemiologisch, pathologisch en microbiologisch onderzoek.

Het is nog steeds niet duidelijk hoe bedrijven besmet zijn geraakt. Ook de manier waarop de ziekteverschijnselen na besmetting precies ontstaan, de pathogenese, is nog onbekend.

Het zou kunnen dat co-infecties een rol spelen, dat wil zeggen dat het virus vooral in aanwezigheid van andere aandoeningen de symptomen laat zien.

Het virus is aangetoond in diverse weefsels (oog, hersenen, lever, nier).


Over het virus
De gevonden parvovariant lijkt op een virus dat in 2012 bij vossen werd aangetroffen, maar bevat enkele mutaties. Het bleek niet hetzelfde virus te zijn. Vandaar dat het ook wel Fox-related parvo virus genoemd wordt.

Er is veel oud, bewaard materiaal (bijvoorbeeld stukjes weefsel) bij de GD onderzocht. Hierin werd het virus steeds niet aangetoond waardoor voorzichtig de conclusie getrokken kon worden dat het om een geheel nieuw virus ging.

Het virus lijkt op het bekende porcine parvovirus type 1 (PPV1), maar genetisch gezien zijn er ook verschillen. Door de genetische afstand tussen de nieuwe parvo variant en het bekende parvo virus PPV1 is het niet waarschijnlijk dat de gebruikelijke parvo vaccins, die op vrijwel elk bedrijf gebruikt worden voor gelten en zeugen, bescherming bieden tegen deze nieuwe variant.


Aanpak en vervolgstappen
Ook over de aanpak bestaan nog veel vragen. Parvo virussen zijn hardnekkig te bestrijden maar zoals voor alle infectieuze aandoeningen geldt: door hygiënisch werken en een goede biosecurity wordt het snelste grip gekregen op het terugdringen van de verspreiding van besmettelijke ziekten.

GD werkt samen met het ministerie van LVVN en POV aan vervolgonderzoek.

Er wordt gewerkt aan diagnostische tests voor praktijktoepassing.

De dierenartsen van de Varkenspraktijk worden actief betrokken bij het onderzoek. Zo wordt er bijvoorbeeld op ons verzoek sectiemateriaal onderzocht om te kunnen achterhalen welke schade het virus mogelijk nog meer zou kunnen veroorzaken.


Vragen?
Mocht je vragen hebben over dit virus of over de rol de nieuwe parvo variant mogelijk kan spelen op je bedrijf?

Je begeleidend dierenarts zal je van de actuele ontwikkelingen op de hoogte houden en indien nodig, zorg dragen voor een bedrijfsspecifiek onderzoek en een passend gezondheidsadvies.

In de praktijk komen we met regelmaat diergeneeskundig interessante beelden tegen. Welke ziektekiem is het meest waarschijnlijk als veroorzaker van de afwijkingen in deze varkenslong?

A) Mycoplasma
B) PPRS
C) APP



Meldingen van afwijkingen bij jonge biggen

Sinds eind 2024 worden er door dierenartsen bij de Gezondheidsdienst voor Dieren meldingen gemaakt van opvallende afwijkingen bij jonge biggen: bolle ogen, een afwijkende oogstand, een rode, kale en rimpelige huid.

De meldingen kwamen in het begin vooral uit het oosten en zuiden van Nederland. Ook binnen ons praktijkgebied wordt het ziektebeeld waargenomen en gemeld bij de GD.

De afwijkingen zijn het duidelijkste te zien bij gespeende biggen, maar het beeld wordt ook in de kraamstal al wel waargenomen.


Gevolgen voor de dieren
De afwijkingen zijn niet dodelijk en ze verdwijnen vaak na verloop van tijd. Het maakt de biggen echter wel kwetsbaar.

Ze lijken gevoeliger te zijn voor andere infecties zoals bijvoorbeeld smeerwrang. Er kan een groeivertraging optreden waardoor de uniformiteit vermindert.

Bij oudere varkens kan een kortdurende, verminderde voeropname gezien worden.

Het verschil per bedrijf is groot. Er zijn bedrijven waar slechts enkele afwijkende biggen gezien worden en bedrijven waar het beeld overduidelijk aanwezig is bij een groter gedeelte van de biggen en ook meer secundaire gezondheidsproblemen lijkt te geven.


Onderzoek door de GD
De GD startte enkele maanden geleden een uitgebreid epidemiologisch, pathologisch en microbiologisch onderzoek.

Het is nog steeds niet duidelijk hoe bedrijven besmet zijn geraakt. Ook de manier waarop de ziekteverschijnselen na besmetting precies ontstaan, de pathogenese, is nog onbekend.

Het zou kunnen dat co-infecties een rol spelen, dat wil zeggen dat het virus vooral in aanwezigheid van andere aandoeningen de symptomen laat zien.

Het virus is aangetoond in diverse weefsels (oog, hersenen, lever, nier).


Over het virus
De gevonden parvovariant lijkt op een virus dat in 2012 bij vossen werd aangetroffen, maar bevat enkele mutaties. Het bleek niet hetzelfde virus te zijn. Vandaar dat het ook wel Fox-related parvo virus genoemd wordt.

Er is veel oud, bewaard materiaal (bijvoorbeeld stukjes weefsel) bij de GD onderzocht. Hierin werd het virus steeds niet aangetoond waardoor voorzichtig de conclusie getrokken kon worden dat het om een geheel nieuw virus ging.

Het virus lijkt op het bekende porcine parvovirus type 1 (PPV1), maar genetisch gezien zijn er ook verschillen. Door de genetische afstand tussen de nieuwe parvo variant en het bekende parvo virus PPV1 is het niet waarschijnlijk dat de gebruikelijke parvo vaccins, die op vrijwel elk bedrijf gebruikt worden voor gelten en zeugen, bescherming bieden tegen deze nieuwe variant.


Aanpak en vervolgstappen
Ook over de aanpak bestaan nog veel vragen. Parvo virussen zijn hardnekkig te bestrijden maar zoals voor alle infectieuze aandoeningen geldt: door hygiënisch werken en een goede biosecurity wordt het snelste grip gekregen op het terugdringen van de verspreiding van besmettelijke ziekten.

GD werkt samen met het ministerie van LVVN en POV aan vervolgonderzoek.

Er wordt gewerkt aan diagnostische tests voor praktijktoepassing.

De dierenartsen van de Varkenspraktijk worden actief betrokken bij het onderzoek. Zo wordt er bijvoorbeeld op ons verzoek sectiemateriaal onderzocht om te kunnen achterhalen welke schade het virus mogelijk nog meer zou kunnen veroorzaken.


Vragen?
Mocht je vragen hebben over dit virus of over de rol de nieuwe parvo variant mogelijk kan spelen op je bedrijf?

Je begeleidend dierenarts zal je van de actuele ontwikkelingen op de hoogte houden en indien nodig, zorg dragen voor een bedrijfsspecifiek onderzoek en een passend gezondheidsadvies.

In de praktijk komen we met regelmaat diergeneeskundig interessante beelden tegen. Welke oorzaak is het meest waarschijnlijk voor de verschijnselen op de foto?

A) Fox-like Parvo virus
B) Zonnebrand
C) Vlekziekte


1e graad

Eerste graads zonnebrand is mild en uit zich als een lichte roodheid van de huid. De huid zal warm aanvoelen, gevoelig zijn en kan zelfs licht opzwellen.

2e graad
Tweede graads zonnebrand is ernstiger en, om nog maar te zwijgen, pijnlijker voor varkens. De huid van een varken zal er zeer rood en geïrriteerd uitzien met duidelijke zwelling. Het zal ook gevoelig zijn bij aanraking en er kunnen blaren verschijnen.

3e graad
Derde graads zonnebrand kan zeer ernstig zijn. Klinisch kan de huid van een varken er vergelijkbaar uitzien alsof deze verbrand of geschaald is, met zeer pijnlijke blaren en drukgevoelige plekken van rode huid die zich vormen.

Symptomen
De symptomen van zonnebrand bij varkens kunnen ook variëren afhankelijk van bijvoorbeeld leeftijd. Sommige tekenen worden bijvoorbeeld vaker gezien bij zeugen dan bij biggen.
Een verbrande huid kan koorts tot gevolg hebben en bij drachtige zeugen is er een risico op verwerpen.
Zorg er altijd voor dat varkens die buiten komen goed beschermd worden tegen felle zon door schaduw te creëren.

 

In de praktijk komen we met regelmaat interessante beelden tegen. Weet u waar we bij de bovenstaande foto mee te maken hebben?

A) PDNS
B) PRRS
C) AVP


PDNS: Het Porcine Dermatitis en Nephritis Syndroom, is een ziekte bij varkens die huid- en nierbeschadigingen veroorzaakt, vaak geassocieerd met PCV2-infecties (Circovirus) en een overreactie van het immuunsysteem.

Verschijnselen:

Huidafwijkingen: bleekheid, rode of paarsachtige huidbloedingen, vooral op de achterhand, dijen en oren. Soms vloeien de huidbloedingen samen tot grotere vlekken

Nierproblemen: vergrote nieren met puntbloedingen en ontstekingsbeeld, wat kan leiden tot nierfalen

Algemene verschijnselen: bleekheid, verminderde eetlust, soms secundaire infecties zoals longontsteking.

Oorzaken:

De exacte oorzaak van PDNS is onbekend, maar het wordt beschouwd als een immuuncomplex-gemedieerde ziekte, dat wil zeggen een stoornis van het afweersysteem.

Hierbij worden antigeen-antilichaamcomplexen afgezet in de bloedvaten, wat leidt tot ontsteking en necrose van huid en nieren.

Virussen: Porcine Circovirus type 2 (PCV2) speelt een centrale rol en wordt vaak aangetroffen bij PDNS-gevallen. Het PRRS-virus kan ook bijdragen, maar is niet altijd aanwezig

Overgevoeligheidsreacties: een overstimulatie van het immuunsysteem, bijvoorbeeld door meerdere vaccinaties en/of gelijktijdige infecties, verhoogt het risico op PDNS.

Stress: stressvolle omstandigheden kunnen de kans op PDNS verhogen

Diagnose:

De diagnose wordt gesteld op basis van de typische huidbloedingen en algemene symptomen

Pathologisch onderzoek: vergrote lymfeklieren, nierbloedingen, huidpapules en histologische tekenen van necrotiserende vasculitis

Laboratoriumtests: PCR-testen voor PCV2 kunnen de aanwezigheid van het virus bevestigen, het subtype PCV2 in beeld brengen en de hoogte van de virusload kan bepaald worden.

Daarnaast dient indien nodig de differentiaaldiagnose verder onderzocht en uitgesloten te worden, zoals PRRS, Afrikaanse varkenspest, klassieke varkenspest, Salmonella of Streptococcus

Preventie:

Vaccinatiebeleid: zorg voor passend vaccinatieschema met betrekking tot PCV2 (Circo) maar ook andere vaccinaties kunnen invloed hebben op het ontstaan van PDNS.

Aandacht voor gezondheid, huisvesting en hygiëne. Stress en overbezetting beperken.

Het is belangrijk om bij verschijnselen van PDNS altijd alert te zijn, omdat de symptomen kunnen lijken op ernstige varkensziekten zoals klassieke varkenspest of Afrikaanse varkenspest