De afgelopen maanden is er weer volop mest uitgereden. Beweging in de put is één van de grootste risico’s op de vorming van mestgassen. Hiernaast is voer dat onbedoeld in de put is gekomen een potentieel gevaar. Het valt ons op dat veel mensen zich het gevaar hiervan niet goed realiseren. Naast het gevaar voor varkens, kunnen deze gassen ook dodelijk zijn voor mensen.

In mest zit naast efoto-pas-op-gasen grote hoeveelheid onverteerde voedingsstoffen ook een groot aantal bacteriën die in het maagdarmkanaal zitten om het varken te helpen met de vertering. Deze bacteriën zijn in de mestput verantwoordelijk voor de omzetting van de voedingsstoffen in – voor de mens of het varken – gevaarlijke gassen. In een stabiele mestput zullen deze gassen in lage concentraties opgelost blijven in de mest. Maar door mengen, te weinig ventilatie of het toevoegen van veel zuur (voer) kunnen de gassen ineens massaal uit de mest vrij komen en zorgen voor uitval van varkens en/of problemen bij mensen. Veel gassen zijn zwaar en blijven relatief laag hangen, waardoor varkens die met hun neus boven de roosters liggen eerder in gevaar zijn dan (grote) mensen, maar eventuele beweging van gassen is niet te zien!

Soorten gassen

Waterstofsulfide (H2S): dit zwavelachtig gas stinkt naar rotte eieren, maar bij hoge concentraties neemt de geur echter juist af. In hoge concentraties kan dit gas snel zorgen voor het verlies van bewustzijn met de dood als gevolg. Het lichaam kan het gas effectief en snel afbreken, dus bij vroegtijdig ingrijpen kan verse lucht toevoeren voor herstel zorgen.

Waterstofcyanide (HCN): is het schadelijkste van de stalgassen en wordt ook wel blauwzuurgas genoemd. Dit gas kan, naast de luchtwegen, ook via de huid binnenkomen. Blootstelling leidt tot hoofdpijn, duizeligheid en kortademigheid. Bij hoge concentraties treedt bewusteloosheid, en mogelijk de dood, snel op. Bij blootstelling aan dit gas moet de behandeling binnen 10 minuten starten voor resultaat.

Ammoniak (NH3): ontstaat uit de mest. Hoge concentraties zorgen voor irritatie van het oogslijmvlies.

Koolstofmonoxide (CO): koolstofmonoxide ontstaat bij onvolledige verbranding. Dit gas zorgt voor bewusteloosheid en kenmerkt zich door de roze verkleuring van de slijmvliezen en het rode hoofd.

Kooldioxide (CO2): bij onvoldoende ventilatie kan dit leiden tot verstikking.

Methaan (CH4): dit gas (hetzelfde als aardgas) ontstaat door bacteriële omzettingen in de mestput. Alleen bij slechte ventilatie kan de hoeveelheid zo hoog worden dat een vonk tot ontploffing kan leiden.

 

Adviezen om gasvorming te voorkomen:

–         Mix niet vaker dan nodig; voorkom onnodige bewegingen in de mest.

–         Heb een protocol mbt het uitrijden voor mest (of mengen) dat voor iedereen duidelijk en zichtbaar is.

–         Voorkom vermorsing van voer en lekken van troggen/bakken.

–         Rijdt mest uit bij goed “ventilatieweer”

–         Mestafzuigpunten die onder het mestniveau uitkomen genieten de voorkeur

–         Zet deuren zo veel mogelijk open

–         Houdt kinderen zeker uit de buurt (gassen bevinden zich meestal laag in de afdeling)

 

Herkenning van een gevaarlijke situatie

Wanneer in een afdeling meerdere dode varkens liggen, houd dan altijd rekening met gasvorming. Neem dan de volgende stappen:

– Ga zelf zo snel mogelijk de afdeling uit!

– Zet de ventilatie maximaal.

– Licht andere mensen in.

– Indien er een geschikt masker is, deze opdoen. Anders de brandweer bellen.

– Wanneer het noodzakelijk wordt geacht de afdeling in te gaan (wat zonder masker dus eigenlijk niet mogelijk is), knoop dan een touw om je middel en maak het andere einde hiervan in de gang vast, zodat eventuele volgers in geval van nood niet zelf de afdeling in hoeven.

Mei 2016/ nieuwsbrief De Varkenspraktijk/ Hilde en Marc